5. Onderwijsprocessen

5.1  Onderwijs
Voor het gehele Onderwijsproces zijn de rol, verantwoordelijkheden en de werkwijze van de Commissie van Begeleiding (CvB) vastgelegd. 

5.1.1 Aanmelding, indicatiestelling en plaatsing
De organisatie beheerst de instroom van leerlingen en heeft de werkwijze daarvoor in een procesbeschrijving vastgelegd. Zo zal de school bij de aanmelding van een kandidaat leerling controleren of deze over een juiste indicatie beschikt en indien dat niet het geval is daartoe een aanvraag doen. De school heeft tevens omschreven op welke wijze zij de onderwijsrelevante beginsituatie van de leerling vaststelt en aan welke criteria de informatie die daarvoor nodig is moet voldoen. De school inventariseert aldus de behoeften van de leerling en het vermogen van de organisatie om hieraan te voldoen. Uitgangspunt bij plaatsing van de leerling is dat binnen zes weken het Ontwikkelperspectief (OPP) wordt opgesteld. Voor aanvang van het onderwijs sluit de school een overeenkomst met elke leerling. Deze overeenkomst bevat ondermeer: l de te bereiken doelen; l de inzet van organisatie en leerling; l de wijze waarop de voortgang van het onderwijsproces wordt geëvalueerd; l de klachtenprocedure of een verwijzing daarnaar. 

5.1.2 Uitvoering onderwijs op leerlingniveau
Bij de uitvoering van het onderwijs staat de centrale onderwijshulpvraag van de leerling centraal. Uitgangspunt van het onderwijsaanbod is het voor de gehele groep van leerlingen ontwikkelde groepsplan. Daar waar er sprake is van meer specifieke onderwijsbehoeften bij een leerling, worden er individuele aspecten aan zijn handelingsplan toegevoegd. Alvorens het handelingsplan wordt vastgesteld, is het met de leerling en/of zijn ouders besproken. Het vormt vervolgens de basis voor de dagelijkse begeleiding door de leerkracht en eventueel andere deskundigen. Op geplande momenten wordt de uitvoering van het plan geëvalueerd en waar nodig bijgesteld. Bij de uitvoering van het onderwijs heeft de school dusdanige maatregelen getroffen dat afwijkingen in de uitvoering van het handelingsplan tijdig kunnen worden gesignaleerd en waar nodig bijgesteld. 

5.1.3 Werkwijze risicoanalyse
Voor elke aangemelde leerling wordt volgens een vaste werkwijze vastgesteld wat de risico’s zijn bij het realiseren van de doelen en welke maatregelen daarvoor genomen worden. Na evaluaties van het handelingsplan van de leerling wordt deze risicoanalyse zo nodig bijgesteld.

5.1.4 Professioneel handelen van leerkracht (orthopedagogisch en orthodidactisch
Het orthopedagogisch en orthodidactisch handelen van leerkrachten wordt systematisch en volgens een vooraf vastgestelde methode beoordeeld. Deze beoordelingen worden vastgelegd en vormen waar nodig de basis van verdere ontwikkeling en verbetering van dat handelen van de leerkracht.

5.1.5 Opbrengsten onderwijsleerproces (gerelateerd aan OPP)
De organisatie beschikt over een geautomatiseerd leerlingvolgsysteem of vergelijkbaar registratiesysteem. Op basis daarvan is de school in staat de vorderingen en ontwikkeling ten opzichte van de gestelde doelen op elk gewenst moment zichtbaar te maken. 

5.1.6 Herindicatie
De school houdt zicht op de geldigheid van de afgegeven indicatie. Zij onderneemt tijdig actie om bij het verlopen van de geldigheidsduur het proces van aanvraag van de herindicatie te starten. Daarbij houdt zij rekening met de daarvoor benodigde informatie en documenten. 

5.1.7 Evaluatie schooljaar en nieuw handelingsplan
Aan het einde van het schooljaar wordt het handelingsplan geëvalueerd en waar van toepassing wordt het Ontwikkelperspectief (OPP) aangepast en geactualiseerd. Dit proces is zodanig ingericht dat bij aanvang van het volgende schooljaar een uitgewerkt en actueel handelingsplan voor de leerling beschikbaar is. 

5.1.8 Doorstroming, afsluiting (transitieplan)
De verschillende wijzen van beëindiging van de overeenkomst met een leerling zijn vastgelegd. De verantwoordelijkheid hiervan en de te ondernemen acties zijn omschreven en toegewezen. Er is vastgesteld welke informatie de leerling meekrijgt bij vertrek. Ook wordt er een transitiedocument opgesteld waarin het Ontwikkelperspectief (OPP), de evaluaties daarvan en handelingsadviezen voor een mogelijke vervolgaanbieder zijn opgenomen. 

5.1.9 Diagnostiek
Voor gewenste vormen van diagnostiek t.b.v. leerlingen is de daarvoor noodzakelijke expertise beschikbaar. De wijze van aanvraag, uitvoering en verslaglegging, inclusief planning in tijd zijn beschreven. 

5.2 Ambulante Begeleiding
Bij de keuze voor Ambulante Begeleiding binnen het regulier onderwijs wordt vastgelegd waaruit deze ondersteuning aan de school voor de betreffende leerling zal bestaan. Dit geldt meer specifiek voor de ondersteuning bij het maken van het handelingsplan en de ondersteuning van de leerkracht van de school bij de uitvoering van dat plan. 

5.3 Expertisecentrum
Op het gebied van doorlopende professionalisering en ontwikkeling worden studiebijeenkomsten, trainingen en cursussen verzorgt. De daarvoor benodigde expertise kan zowel binnen als buiten de schoolorganisatie worden gevonden. Met de diensten vanuit het Expertisecentrum wordt mede invulling gegeven aan het Professionaliseringsbeleid zoals de school dat hanteert.